Maak Gelderland mooier

Toegankelijkheid als kwaliteit

Ik bestempel het als een kwaliteit wanneer de toegankelijkheid van een gebied wordt verbeterd.  Was het eerder onmogelijk om een gebied te betreden, zijn er nu voorzieningen getroffen om mensen toe te laten. Meestal vanuit recreatieve overwegingen. Moet dit altijd en overal?

Niet dat het gebied eerder ontoegankelijk was, maar de Tichelbeeksewaard bij Zutphen heeft onlangs een verbetering mogen ondergaan. Vanaf de kant van De Hoven, beginnend bij de dijk waar een markant uitzichtpunt is gecreëerd, is een betonnen pad aangelegd dat in de uiterwaard rond loopt. Aan beiden zijde van de oude brug. Een nogal ‘formeel’ pad, maar daardoor rolstoelvriendelijk. Bij de twee uithoeken van het pad, bij de rivier (en met al daar opvallende ‘opgetilde’ zitelementen), vindt echter regulatie plaats. Stroomafwaarts is het niet mogelijk om de rivier verder te volgen. Stroomopwaarts lukt dat nog wel. Een pad nodigt uit om verder te wandelen, maar dat houdt toch echt al snel op. De IJssel langs struinen zit er niet in. Eigendomsgrenzen en beleidsbepalingen houden dat tegen. Zelf heb ik een sterke neiging om buiten de paden te treden. Vrijelijk het landschap in te gaan. Verantwoord het gebied te ontdekken. En dat zullen vast meer mensen willen.

Aan de andere kant van de zee

In Engeland is struinen veel beter mogelijk. Daar is een eeuwenlange traditie van het recht van overpad. Passeer de hekken en het landschap ligt voor de wandelaar open. Natuurlijk zijn daar gedragsregels om je aan te houden. Maar het is daar gewoon dat de wandelaar bijna onvoorwaardelijk kan struinen over de landerijen, langs beken en over heuveltoppen. Het landschap is daar anders verkaveld dan in Nederland en de bewoningsgeschiedenis heeft andere wendingen genomen, wat maakt dat het vrije wandelen beter tot zijn recht komt in het Verenigd Koninkrijk dan in ons koninkrijk. Het is waardevol om in eigen land, hier in Gelderland, meer dan voorheen het recht van overpad te organiseren.

Niet om eigendom heen

Eigendom van gronden en gebouwen speelt – vanzelfsprekend – een belangrijke rol bij de openstelling daarvan voor bijvoorbeeld recreatief gebruik. De ene eigenaar heeft het in zijn doelstelling om zijn eigendom toegankelijk te maken voor derden. Bijvoorbeeld bepaalde natuur beherende organisaties, landgoederen, gemeenten, water- of recreatieschappen of culturele instellingen. Een andere eigenaar heeft zijn zaak op slot en weert elke vorm van recreatieve toegankelijkheid. Bijvoorbeeld  vanwege redenen van bedrijfsmatige aard, woongenot of natuurbescherming. Daar tussen beweegt de wereld van de toegankelijkheid.

Een kwestie van openstellen

En ja, openstelling kan verschillende gedaantes aannemen. Waarbij het vrije struinen haast een optimale vorm is van begaanbaarheid. Maar deze kan ook in goede banen worden geleid door aangelegde padenstructuren, al dan niet met gekleurde paaltjes, knooppuntenbordjes en andere aanwijzingen van routes. Hoe meer paden hoe beter de toegankelijkheid? Openstelling in tijd is een andere manier van toegankelijkheid reguleren, variërend van jaarlijkse open dagen tot geen toegang na zonsondergang. Andere factoren die de toegankelijkheid bepalen zijn (al dan niet aanwezigheid van) aanrijroutes, openbaar vervoer, parkeerplaatsen, entreegelden, bewegwijzering, overnachtingsmogelijkheden, extra faciliteiten, documentatie, imago en reclame.

Kwaliteitsimpuls

Wanneer een gebied of gebouw wordt opengesteld voor publiek en dat mag ook best onder voorwaarden, dan voelt dat als een sterke kwaliteitsimpuls. Het gebied of gebouw toont haar gezicht en wellicht haar geheimen voor de in- en omwonenden, voor de bezoekers en de passanten, voor recreanten en toeristen. Oude verhalen worden ontsloten, nieuwe belevenissen worden gestimuleerd. Wanneer in Gelderland nieuwe landgoederen worden ontwikkeld dan wordt van begin af aan de toegankelijkheid georganiseerd. Is trouwens ook voorwaarde voor bijvoorbeeld status in kader van Natuurschoonwet. Naast privédomeinen maakt een netwerk van paden door natuur- en landschapsschoon het landgoed kwalitatief af. Zeker als het netwerk aansluit op bovenlokale en regionale routenetwerken. Goed is het om – sprekend over de verbetering van de toegankelijkheid – de vele klompenpaden te noemen (en de vele vrijwilligers ter plaatse die dezen paden onderhouden).

Amsterdam

Actueel is de problematiek van het massatoerisme in Amsterdam. Venetië kende het al eerder, Amsterdam maakt het nu mee hoe hordes toeristen de binnenstad haast onleefbaar maken. Grote toegankelijkheid, waar vele mensen gebruik van maken, lijkt niet persé kwaliteit op te leveren. Hoewel de kwaliteit van de Amsterdamse binnenstad met haar grachten en dito panden buiten kijf is, lijkt het dat overmatige openstelling – van toename particuliere overnachtingsmogelijkheden tot aan vergroting pretparkimago van sommige stadsdelen – blijkbaar zijn grenzen kent. Er word veelvuldig geroepen dat er maatregelen getroffen moeten worden om de leefbaarheid van de binnenstad te garanderen en haar weer terug te geven aan de bewoners. Hier moet inderdaad beleid op gevoerd gaan worden. Het komt mij voor dat Gelderland geen Amsterdamse toestanden kent. Maar het dan toch goed is om genuanceerder over toegankelijkheid te spreken.

Altijd en overal?

Bestaat Gelderland uit een grote variatie aan plekken, gebieden, streken, landschappen, steden en dorpen, de toegankelijkheid van deze ruimtes mag op gepaste wijze telkens worden verbeterd of vernieuwd. Dit ter wille van fijne woon- en leefomgevingen, goed voor vestigingsklimaat en beleving van ruimte en landschappen. De uitdaging ontstaat om dan te zoeken naar werkbare functiekoppelingen. Dat dit altijd en overal dient te geschieden kan terecht worden betwist. Immers het is goed en dus vanuit kwaliteitsoogpunt best interessant om ook gebieden te hebben die juist ontoegankelijk zijn of op z’n minst beperkt toegankelijk worden gehouden om verschillende redenen: zoals enkelvoudige bedrijfsvoering, natuurontwikkeling, stiltebeleving, zondagsrust. Neemt niet weg dat er toch echt vaker gestudeerd moet worden op betere openstellingen. Dat toegankelijkheid toe neemt zonder dat telkens verwacht wordt dat hele hordes gebruik zullen gaan maken van deze nieuwe faciliteiten. En hele gebieden overlopen zullen gaan worden. Per gebied, streek of regio kan gekeken worden waar dergelijke verbeterpunten c.q. lijnen liggen en hoe verbindingen of openstellingen gerealiseerd kunnen worden.

Wat vind jij? Zijn er in Gelderland nog veel plekken en gebieden waarvan de bereikbaarheid en toegankelijkheid sterk moeten worden verbeterd? Welke plekken of gebieden zijn dat? Ik ben benieuwd naar jouw reactie. Vul de poll in de rechterkolom in of geef je reactie hieronder.

1  reacties

Velden met een * zijn verplicht.

 
 

Bert 29-08-18 om 19:14

In de gemeente Lochem kunnen nog veel wandelgebieden beter met elkaar worden verbonden. Klompenpaden bieden hiervoor uitkomst. De gemeente Lochem kan/wil hier niet financieel aan bijdragen. Daarnaast zou het teruggeven van een aantal weilanden aan de natuur ook kunnen bijdragen aan de aansluiting van wandelgebieden.