En de winnaar is...

De vijfde editie van de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit.Het thema van deze editie is: ‘Ademruimte voor stad en dorp’. Een thema dat als vanzelf ontstond doordat het als een rode – of eigenlijke groene – draad door alle inzendingen liep. Alle ingezonden projecten, van Apeldoorn tot Zaltbommel, hebben veel aandacht voor groen in bestaand stedelijk gebied. Het is de kunst om ruimtelijke plannen te koppelen aan de ambitie om lucht en ruimte voor beleving te creëren of te behouden. Dan ontstaat ruimtelijke kwaliteit.

Bekijk het juryrapport en lees wie de winnaar is van de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit 2014

Het thema van de vijfde editie van de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit is ‘ademruimte’. Uit de tien genomineerde projecten blijkt veel aandacht voor kleinschalige ontwikkelingen. Het denken over de inrichting van stad, dorp en platteland gaat in dit tijdsgewricht niet over nieuwbouw, uitbreiding of grootschalige gebiedsontwikkeling. Het gaat om de aanleg van kleinschalige groene plekken – voor educatie, voor spelen, voor ontmoeting. Het gaat om ruimte voor water en voldoende recreatiemogelijkheden in de bestaande steden en dorpen of op de grens van stad en land. En dat allemaal in zorgvuldige samenspraak met omwonenden, ondernemers en andere belanghebbenden – de gepredikte ‘participatiesamenleving’ is in veel genomineerde projecten zichtbaar.

De jury van de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit, onder leiding van voormalig Commissaris van de Koningin Jan Terlouw, bezocht de tien projecten en kwam op vrijdag 13 december 2013 bijeen op het provinciehuis in Arnhem. De beraadslagingen werden eenmaal onderbroken zodat vertegenwoordigers van de genomineerde projecten een korte presentatie konden houden. Hierbij had de jury de mogelijkheid tot het stellen van vragen.

Criteria

Vooraf benoemde de jury enkele criteria. Die hebben niet gefungeerd als middel om projecten van scores te voorzien. De criteria gaven houvast om door gesprek en discussie tot besluiten te komen. Ze hielpen vooral in het concreet maken van het abstracte begrip ruimtelijke kwaliteit – waar moet op gelet, wat is van belang?

Allereerst is de jury zich bewust van de veranderde context waarin ruimtelijke kwaliteit tegenwoordig tot stand komt. Het behoort niet langer tot de absolute verantwoordelijkheid van de overheid – ruimtelijke kwaliteit moet ‘door de samenleving’ gerealiseerd en geborgd worden. Dit betekent dat projecten meer en meer tot stand komen in een samenspel van uiteenlopende partijen. Naast gemeenten en provincies zijn dit niet alleen waterschappen en beheersorganisaties, maar ook ondernemers, bewoners en maatschappelijke organisaties. In welke vorm dit samenspel plaatsvindt is voor de jury een belangrijk uitgangspunt geweest.

Dat de overheid de bal steeds vaker bij anderen legt betekent niet dat ruimtelijke kwaliteit haar publieke betekenis heeft verloren. De jury hecht dan ook aan de publieke impact van een project. Hoe urgent was het probleem dat is opgelost? Voor wie is het project gedaan – is het van waarde voor the happy few of profiteert een grote gemeenschap?

Ten tweede speelt het conceptuele karakter een rol. Hier snijdt het mes aan twee kanten. Zo wint een project aan betekenis als het onderdeel is van een groter ‘verhaal’, van een langetermijnvisie op de ontwikkeling van een plek, stad of gebied. In andere woorden: het project staat niet op zichzelf maar is onderdeel van een strategie waarmee over een langere periode op consequente wijze aan actuele ruimtelijke vraagstukken wordt gewerkt.

Het omgekeerde geldt ook. Het project moet een adequate vertaling zijn van het bovenliggende concept, een voorbeeldige uitwerking van de visie die men voor ogen heeft. Daarbij spelen begrippen als functionaliteit, programma, identiteit en schoonheid een bepalende rol. Ook een vergelijking met de oude situatie is van invloed – in welke mate is de plek verbeterd, is de situatie opgeknapt?

Ten derde is gekeken naar het innovatieve karakter van een project. Vernieuwing kan op verschillende vlakken optreden: de actualiteit van het vraagstuk dat men heeft willen oplossen, de aanpak en benadering, het verloop van het planproces, de ruimtelijke en architectonische oplossingen die zijn voorgesteld.

De Winnaar

Op basis van deze criteria is de jury unaniem van mening dat één project aanspraak maakt op de prijs. Het project is het resultaat van een samenwerking tussen gemeente en ondernemers die in tijden van crisis en stilvallende projecten toch gedurfd hebben de stad van een fraaie publieke ruimte te voorzien. Het project is van waarde is voor de gehele gemeenschap en de eigentijdse vormgeving sluit naadloos aan bij de waterrijke historie van de stad. Het is een plek die letterlijk het thema ‘ademruimte’ verbeeldt – de winnaar van de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit 2014 is het Strandeiland in Harderwijk.

 

Strandeiland en parkeergarage Houtwal – gemeente Harderwijk

Door de aanleg van het Strandeiland is Harderwijk weer een stad aan het water. Decennialang was de relatie tussen het historische centrum en het Wolderwijd verstoord door havenactiviteiten, het Dolfinarium en een gigantisch parkeerterrein. Om van de oude stad naar het water te komen was geen sinecure – alleen in de parkstrook ten zuiden van de Bruggepoort kon men langs het water lopen.

Het Strandeiland is een eigentijdse en tegelijkertijd tijdloze oplossing om de relatie tussen stad en water te herstellen. Het sluit aan bij de recreatieve behoeften van de hedendaagse Harderwijker en toerist. Bij mooi weer kan er gezwommen worden, een ijsje gegeten en ’s avonds geborreld. In de herfst is het eiland ideaal voor een wandeling met de hond, op het puntje van de strekdam wordt de indrukwekkende weidsheid van het Wolderwijd beleefd.

Het getuigt volgens de jury van lef dat in deze moeilijke tijd – waarin veel gemeenten terughoudend zijn met investeringen – de gemeente Harderwijk de stad van een broodnodige plek aan het water voorziet. Bovendien is het Strandeiland geen ingreep op zich: het maakt onderdeel uit van een groter plan om het gehele Harderwijkse waterfront te herontwikkelen. Door de economische tegenwind heeft dit project grote vertraging opgelopen, maar door het Strandeiland toch aan te leggen beschikt Harderwijk nu al over een mooie en bruikbare plek aan het water.

De jury waardeert het dat de exploitatie en het beheer door lokale ondernemers is opgepakt. De provisorische inrichting met paviljoens van bouwmaterialen geeft het eiland een charmante en anarchistische uitstraling. De jury zet vraagtekens bij de voornemens om de faciliteiten te professionaliseren. Gaat dit niet ten koste van de charme en flexibiliteit, sluit het aan bij de wensen van de bewoners?

Het Strandeiland was samen met de pas aangelegde ondergrondse parkeergarage aan de Houtwal ingediend. Net als het Strandeiland speelt de parkeergarage in op de ontwikkeling van het waterfront. De parkeerruimte die daar zal verdwijnen is door de garage aan de Houtwal gecompenseerd. Toch benadrukt de jury dat de prijs alleen aan het Strandeiland wordt toegekend – de bijdrage van de parkeergarage aan de algehele ruimtelijke kwaliteit van Harderwijk is te beperkt.

De keuze voor het Strandeiland is unaniem, maar ook twee andere projecten oogstten veel lof. Het zijn toonbeelden van het samenspel waaruit ruimtelijke kwaliteit voorkomt. Het ene project laat zien hoe één buurtbewoonster haar buren en lokale bedrijven activeerde om een braakliggende plek tot een park van betekenis te maken. Het andere project is een institutionele variant van dat samenspel: gemeenten, provincie, Staatsbosbeheer en ondernemers sloegen de handen ineen en bliezen de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie langs de Linge nieuw leven in.

 

Torentuin en Agnietentuin – gemeente Zaltbommel

Het tijdelijk gebruik van de Torentuin in Zaltbommel is volgens de jury het meest actuele voorbeeld van hoe anderen dan de overheid voor ruimtelijke kwaliteit kunnen zorgen, van hoe een buurt bepaalt wat voor hen van algemeen belang is.

De Torentuin ligt op de plek waar in de toekomst de laatste fase van het bouwproject Agnietentuin moet verrijzen. Het project betreft appartementen en grondgebonden woningen in historische stijl aan de rand van de zuidelijke bolwerken. De eerste fase is inmiddels gerealiseerd.

Toen de bouw stilviel heeft bewoonster Carien van Boxtel de buurt gemobiliseerd en is in mum van tijd het braakliggende terrein omgetoverd in een tuin voor stadslandbouw, speelmogelijkheden, evenementen en buurtactiviteiten. De grootste kwaliteit van de tuin is volgens de jury de sociale binding die het bewerkstelligt tussen de bewoners van de sociale woningbouw aan de Vogelenzang en de bewoners van de nieuwbouw aan de Agnietenstraat – mensen die in het algemeen wat welgestelder zijn. In de Torentuin werken en ontspannen deze mensen zij aan zij. De kwaliteit is dus vooral sociaal-maatschappelijk – vanuit ruimtelijk oogpunt is de tuin minder bijzonder, zulke tijdelijke buurttuinen worden in veel grote steden gesticht.

Niettemin ziet de jury dat de tijdelijke Torentuin in Zaltbommel pionierswerk is geweest. De gemeente en de woningcorporatie hadden nog nooit met dergelijke initiatieven te maken gehad. Het spreekt voor hen dat ze overtuigd werden door de plannen van de buurt en de grond in bruikleen hebben gegeven. De jury noemt het bemoedigend dat alle partijen zich terdege bewust zijn van de tijdelijkheid van het project. Het maande tot spoed: wie mee wilde doen, moest direct handelen.

Juist op dit punt maakt de jury een voorbehoud. In tegenstelling tot het Strandeiland – dat permanent is – staat de onzekere toekomst van de Torentuin buiten kijf. Er zijn voornemens om delen van de tuin een plek te geven in het stedenbouwkundig ontwerp, maar de jury vraagt zich af of dat realistisch is.

 

Lingekwartier – gemeenten Lingewaard en Geldermalsen

Verschillende partijen die samen een programma en beheersplan bedenken om historische objecten en landschapselementen een tweede leven te geven en het cultuurhistorische verhaal van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zichtbaar te maken, een linie ooit gebouwd om West-Nederland te beschermen tegen aanvallen uit het oosten. Het project Lingekwartier laat volgens de jury zien dat de rijksoverheid ambities op het gebied van cultuurhistorie en landschap niet alleen voor elkaar krijgt – gemeenten, waterschappen, provincies, Staatsbosbeheer en avontuurlijke ondernemers zijn hard nodig.

Dit blijkt op het Geofort, het voormalige Fort aan de Nieuwe Steeg dat is omgebouwd tot een museum over topografische kaarten en navigatietechnieken. Ten grondslag ligt een gedurfd ondernemersplan waarin het historische decor van het fort dienst doet als plek voor kinderfeestjes en dagjes uit. Bedrijven kunnen er vergaderlocaties huren en er kan gegeten worden in het tot restaurant omgebouwde munitiehuis. Het landschap rondom het fort is autoluw gemaakt, wandelpaden zijn aangelegd en structuren hersteld: het waterlinielandschap is toegankelijk en begrijpelijk gemaakt.

De jury waardeert de ambities en heeft vooral lof voor de wijze waarop de forten – naast Geofort is fort Asperen omgetoverd tot kunstfort – herontwikkeld zijn. De nieuwe functie als museum voor geografie en navigatie doet recht aan de oude fortfunctie. De werking van de linie was immers gebaseerd op geografische en topografische kennis.

Op het niveau van het gehele linielandschap is de jury minder overtuigd. De relatie tussen de forten en de omgeving had sterker gekund, en van de ambitie om het verhaal van de waterlinie tot leven te wekken is ter plaatse weinig te merken. De jury vraagt zich af welke waarde het project voor de lokale bevolking heeft. En door de rijkssteun had het project de wind in de rug en dan lijkt alles makkelijker te gaan – voor de jury een reden dit project niet tot winnaar te bestempelen

 

 

Onder de overige genomineerde projecten laten twee projecten op prachtige wijze zien hoe niet-overheden toch verantwoording kunnen dragen voor de realisatie van een publiek goed als ruimtelijke kwaliteit: het tot openbaar tuinenpark omgebouwde volkstuinencomplex De Koekelt in Ede en de nieuwbouw van de Ubbergse havoschool Notre Dame des Anges.

 

Tuinenpark De Koekelt – gemeente Ede

Volkstuinvereniging De Koekelt kreeg jaren geleden te maken met een flinke inbreuk op haar grondgebied. Door de komst van sportvelden zou het Edese volkstuinencomplex bijna de helft kleiner worden. De toekomst leek zwart: het zou een flinke daling in het aantal leden betekenen, en het bestaansrecht van de volkstuinen kwam onder druk.

In plaats van af te wachten besloot het verenigingsbestuur tot genoegen van de jury het heft in handen te nemen. Was er een manier om de legitimiteit en betekenis van de volkstuinen opnieuw te formuleren? Het idee ontstond om de tuinen voor meer mensen van nut te laten zijn – dus niet alleen voor leden, maar ook voor omwonenden, met name kinderen en ouderen. Het resultaat is een tuinenpark dat door brede lanen voor iedereen toegankelijk is. Zo gebruiken kinderen uit de wijk Veldhuizen de routes om snel bij school of de sportclub te komen. Naast de tuintjes waar de leden groenten en bloemen verbouwen is De Koekelt een plek waar ook een bijenhotel staat, schoolklassen les krijgen en ouderen activiteiten doen.

De jury heeft grote waardering voor de aanpak en dito resultaat. Een sympathiek initiatief met een fantastisch vervolg, dat is de beste omschrijving. Om in aanmerking te komen voor de prijs vond de jury de impact te lokaal – het betreft toch vooral de leden van de vereniging en buurtbewoners die graag op De Koekelt komen. Ook de politieke en stedelijke complexiteit die eventueel overwonnen moest worden was – in vergelijking met bijvoorbeeld de Torentuin in Zaltbommel en het Strandeiland – marginaal. Hoe fijn ook, en hoe goed het ook getuigt van behoorlijk bestuur, de gemeente Ede heeft de plannen van De Koekelt geen strobreed in de weg gelegd.

 

Notre Dame des Anges – gemeente Ubbergen

Geredeneerd vanuit het Notre Dame des Anges, de enige op zichzelf staande havo van Nederland, is de nieuwbouw van het schoolgebouw en de herinrichting van de natuurlijke omgeving een gigantisch succes – zeker als we in ogenschouw nemen dat veel weerstrand overwonnen moest worden. De jury is onder de indruk van de ‘leeromgeving’ die in Ubbergen is gecreëerd. Leerlingen en docenten vertoeven in een fraai en duurzaam gebouw, met hoge ramen, een vijver en duidelijke zichtrelaties met het omliggende landschap van stuwwal en Ooijpolder. Tijdens pauzes kunnen scholieren het bosgebied in.

Vanuit publiek oogpunt had de jury nog teveel twijfels. Hoezeer is door de sloop van het oude schoolgebouw de ecologische verbinding tussen stuwwal en Ooijpolder verbeterd? Is het gebied in de nieuwe situatie interessanter voor wandelaars en fietsers uit de regio en uit het dorp? Had er meer gezeten in het ouderwetse ontwerp voor de wandelbrug over de provinciale weg? De jury neemt aan dat de kwelnatuur ter plaatste aan kwaliteit heeft gewonnen – maar dit, samen met de particuliere betekenis, is te weinig om het project een prijs voor ruimtelijke kwaliteit te geven.

 

 

Drie projecten bleken onderdeel van langetermijnvisies op de stedenbouwkundige ontwikkeling van de betreffende steden en dorpen. In alle drie de gevallen waardeert de jury de conceptuele kracht en de poging om opgaven met de elkaar te verbinden. De gemene deler is dat de jury minder te spreken is over de feitelijke resultaten: de heringerichte plekken zijn of niet bijzonder genoeg of ontberen de beloofde kwaliteit.

 

Beekherstel – gemeente Apeldoorn

In het plan om het ondergrondse bekenstelsel weer zichtbaar te maken pakt de gemeente Apeldoorn verschillende vraagstukken bij de kop: de broodnodige ruimte voor waterberging – Apeldoorn is qua regenval de natste stad van het land – is ingezet om straten, parken en pleinen opnieuw en beter in te richten. Het voornemen raakt de ziel van de stad: door de beken en sprengen op te graven zal Apeldoorn weer een stad zijn op de flank tussen Veluwe en IJssel. Het is knap dat de gemeente in staat is gebleken om de ambities – die al in 2002 zijn geformuleerd – over lange tijd overeind te houden, met zichtbaar resultaat.

De jury vraagt zich af of op inrichtingsniveau het onderste uit de kan is gehaald. Het profiel van de Hofstraat lijkt aanzienlijk verbeterd door de aanwezigheid van het water van de Grift, maar op andere plekken stijgt de gekozen inrichting niet boven zichzelf uit. Het Brinkpark bijvoorbeeld, met ondergrondse parkeergarage, is goed ontworpen, maar op architectonisch en gebruiksniveau niet uitzonderlijk.

Op het gebied van participatie rijzen twijfels: in hoeverre hebben bewoners invloed gehad op de plannen? Die twijfels gelden ook voor het beheer: is men in Apeldoorn in staat om het water schoon te houden?

 

Stadshart, Borculo – gemeente Berkelland

De jury juicht het toe dat in Borculo gepoogd is om verschillende opgaven aan elkaar te koppelen: de uitbreiding van het gemeentehuis, de vernieuwing van het historische dorpshart en het beter beleefbaar maken van de Berkel.

Nu een deel is uitgevoerd meent de jury dat de ambities niet geheel zijn waargemaakt. De uitbreiding van het gemeentehuis was van begin af aan een ingewikkelde opgave, aangezien het bestaande gemeentehuis in de kenmerkende organische stijl van Alberts en Van Huut is gebouwd. Door het ontwerp van een glazen, donkere en strakke aanbouw is op extreme wijze het contrast gezocht.

De jury concludeert dat de beek tussen twee gebieden stroomt die ‘met hun ruggen naar elkaar liggen’. Nieuwe bruggen zijn niet genoeg om het gemeentehuis op natuurlijke wijze met het dorpsplein te verbinden. Bovendien rijst de vraag wat de invloed is van de nieuwe HEMA-winkel op de verbinding tussen gemeentehuis en dorpshart.

De reuring rondom het gemeentehuis is overigens prettig, vooral in het heringerichte arboretumpark en door de activiteiten rondom de melkfabriek. Maar ook hier zijn kanttekeningen te plaatsen. Zo zit de moestuin, waar mensen onder meer broccoli van de muur kunnen plukken, aan de achterkant van het gemeentehuis.

 

De Hofbeek, Lichtenvoorde – gemeente Oost-Gelre

De initiatieven langs de Hofbeek in Lichtenvoorde zijn stuk voor stuk sympathiek, maar niet spraakmakend. De aanleg van het Cool Nature-project aan de zuidkant biedt volgens de jury eindelijk goede speelmogelijkheden voor kinderen, en hopelijk maken de nabijgelegen scholen er gebruik van. Het terugbrengen van de meanderende Hofbeek geeft het Wentholtpark allure en de landschappelijke parkinrichting sluit goed aan bij het dorp. Dat de omliggende scholen en bewoners intensief geraadpleegd zijn kan de jury bekoren.

Maar het totaalproject – met onder meer een regionale fietsverbinding – is nog niet af. Wie het fiets- en wandelpad vanuit het zuiden volgt zal juist in het oude dorpshart moeite hebben om de route in noordelijke richting te hervatten. Het schijnbare schakelpunt ligt ter hoogte van een basisschool dat ten koste van een hangplek opnieuw is heringericht. Voor de jury is het doel van deze inrichting, en de bijdrage aan de verbinding tussen de twee wiggen, onduidelijk.

Maar: als de schakel is gerealiseerd, en in het noorden de nieuwe brug over de N218 gebouwd, gelooft de jury dat het Hofbeekproject van toegevoegde waarde is voor Lichtenvoorde en omstreken.

Tot slot twee projecten die zich manifesteren aan de rand van dorp en stad: de herbestemming van een oude graanmolen in Wapenveld en de nieuwe campus van Wageningen University.

 

Vrieze’s erfgoed, Wapenveld – gemeente Heerde

De herbestemming van graanmolen De Vlijt aan de rand van Wapenveld heeft een aangename pleisterplaats met regionale betekenis opgeleverd, aan de rand van het Veluwse dorp Wapenveld. Het is typisch zo’n project waar weinig fout kan gaan: de plek is van zichzelf mooi – hoog gelegen op een uitloper van de Veluwse stuwwal, nabij het Apeldoorns Kanaal – en het was niet meer dan vanzelfsprekend dat de lokale gemeenschap ervoor zou zorgen de eeuwenoude molen een nieuwe functie kreeg.

De plek is nu bekend onder Vrieze’s erfgoed – vernoemd naar de laatste molenaar – en bezoekers maken er kennis met de rijke geschiedenis en oude ambachten, zoals brood bakken, land ploegen, verbouw van groenten en paarden mennen. De vraag is of de mogelijkheden om deze ‘verloren’ kennis op te doen niet te beperkt zijn. Als De Vlijt gesloten is wordt je als bezoeker niet veel wijzer. Oftewel: zou meer mogelijk zijn, ook qua recreatieve voorzieningen? De ideeën voor kanoverhuur en een waterspeelplaats juicht de jury dan ook toe.

 

WUR-Campus – gemeente Wageningen

De campus van Wageningen University heeft een klassieke opbouw: een grote grasvlakte met faculteits- en onderzoeksgebouwen. De parkinrichting en de architectuur ogen degelijk, maar niet uitzonderlijk. De jury snijdt enkele kwesties aan die tijdens het bezoek op tafel kwamen.

Ten eerste valt het eenzijdige gebruik op. Er zitten bedrijven, maar is het denkbaar om ook studentenhuisvesting, winkels en horeca toe te voegen? Ten tweede is de uitstalling tamelijk anoniem – wie of wat op de campus vertelt de argeloze passant dat hij te maken heeft met een wereldberoemde universiteit op het gebied van voedsel, natuur en duurzaamheid. Tot slot verdient de relatie met de stad Wageningen aandacht – hoe kan de campus voor ‘gewone’ inwoners aan betekenis winnen? Daarbij: wat staat te gebeuren met de vele monumentale gebouwen die de universiteit in de stad leeg achterlaat?

Jan Terlouw (voorzitter)

Elma van Boxel

Agnes Franzen

Hans van Loon

Mark Hendriks

 

 

 

Afbeeldingen

Reageren

Twitter

0  reacties

Velden met een * zijn verplicht.

 
 

Een momentje...