En de winnaar is...

Functieverandering in stad en land

Voor deze tweede editie van de Gelderse Prijs is het thema: functieverandering in stad en land. Gebouwen komen vrij door functies die zich verplaatsen of verdwijnen. Wat gebeurt er dan mee? Wacht de sloop of krijgen ze een nieuwe bestemming? Ik vind het logisch om met het oog op duurzaamheid vrijkomende gebouwen een nieuw leven te gunnen. Bij de transformatie, en die hoeft niet alleen het gebouw te betreffen maar kan ook de hele omgeving omvatten, moeten we de gelegenheid te baat nemen om de ruimtelijke kwaliteit een extra impuls te geven.

Bekijk het juryrapport en lees wie de winnaars zijn van de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit 2008

De wereld verandert snel. De functionele en culturele zekerheden van weleer zoals de boerderij, de kazerne, de kerk, de school, het bedrijfsterrein en de fabriek verdwijnen omdat de maatschappij verandert. Het tempo waarin dat gebeurt, lijkt zich te versnellen. Veel gebouwen en terreinen hebben hun oorspronkelijke functie en betekenis verloren, of dreigen die te verliezen. Een record aantal gebouwen staat leeg. Het besef is echter nog onvoldoende aanwezig dat de transformatie hiervan een omvangrijke opgave wordt. Dat de provincie voor deze tweede editie van de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit het thema functieverandering heeft gekozen, is daarom zeer actueel. Hergebruik van gebouwen en terreinen moet nadrukkelijk op de agenda worden gezet. In het huidige tijdperk van de duurzaamheid hoort immers de vraag te worden gesteld, of herbestemming van in onbruik geraakte gebouwen en terreinen mogelijk is.

De opgave

Om de vraag over mogelijke herbestemming te kunnen beantwoorden, moeten we de veranderende culturele, sociale en economische behoeftes van onze maatschappij begrijpen. Er is immers iets aan de hand als op een dergelijke grote schaal de vraag naar huisvesting verandert. Het is niet alleen de uitdaging om een nieuwe bestemming voor een bestaand gebouw of terrein te bedenken en te ontwerpen. Het is ook en vooral noodzakelijk om te begrijpen welke behoeftes verdwijnen en welke er voor in de plaats komen. De secularisatie en de vergrijzing van de samenleving, het opzetten van ‘gewone’ woonvormen door zorginstellingen, de schaalvergroting en fusies in het onderwijs, de smetvrees in de agrarische sector, de krijgsmacht die steeds meer internationaal opereert, de verplaatsing van industriële productie naar lage lonen landen, het zijn allemaal actuele ontwikkelingen die ingrijpende gevolgen hebben voor de bestaande gebouwenvoorraad. Wat verandert er precies in ons werk- en leefpatroon? Wat zijn de demografische verschuivingen die maken dat er meer behoefte ontstaat aan stedelijk wonen? Wat zijn de nieuwe woon- en werkvormen van deze tijd? Hoe zullen de stad en het platteland er in de 21e eeuw uit gaan zien? De transformatie van bestaand vastgoed moet daar een antwoord op geven. Een fantastische uitdaging!

 

De kansen

De ingediende projecten voor de Gelderse prijs zijn vooral studies in het benutten van de bijzondere kwaliteiten van het oude en het bestaande. De specifieke inrichting en beplanting van een boerenerf, landgoed en kazerneterrein, de royale opzet en artistieke aankleding van een entreehal, de geheimzinnige wereld van een verlaten fort, de rauwe verschijningsvorm van een fabriek, ze bieden allemaal aanknopingspunten voor een nieuw leven. Oude gebouwen hebben altijd ‘cadeautjes’ zoals royaal bemeten ruimtes, bijzondere materialen of ambachtelijke details die we in nieuwbouw nauwelijks meer kunnen realiseren. In de eerste plaats omdat we er nu geen budget meer voor over hebben, maar ook omdat het benodigde vakmanschap vrijwel is verdwenen. Bovendien liggen de oude gebouwen vaak in een prettige en waardevolle omgeving, of dat nu het agrarische buitengebied of de stedelijke omgeving is. Meestal zijn een goede infrastructuur en een volwassen voorzieningenpakket aanwezig. De bomen zijn volgroeid en het collectieve verleden geeft identiteit aan de plek of het gebouw. Cultuurhistorische aanknopingspunten genoeg om met transformaties aan de slag te gaan.

Het programma

Bij het zoeken naar een nieuwe functie dreigt echter een blinde verliefdheid op het object, een fixatie op wat er is. Het verleden kan zeer dwingend zijn en conservatief werken, terwijl transformatie ook om rationaliteit vraagt. Wat is de moeite van het bewaren waard, wat niet? Waar zit de meerwaarde en hoe kan die functioneel worden ingezet in het nieuwe gebruik? Het is belangrijk dat, naast het formuleren van cultuurhistorische randvoorwaarden, ook de uitgangspunten en het programma van de transformatie helder worden gedefinieerd. De jury heeft ontdekt dat de beste kans op een bijzondere nieuwe kwaliteit ontstaat wanneer de actoren samen in staat zijn gemeenschappelijke randvoorwaarden, uitgangspunten en programma’s te benoemen en vast te leggen. Het vergt precisie om aan te geven wat de bijzondere kwaliteiten zijn die behouden moeten blijven en waar het project in de nieuwe situatie aan moet voldoen. Het concept moet duidelijk zijn. Een helder concept of een duidelijke visie is een voorwaarde voor succes in een herontwikkelingsproces. Als het alleen om de hoogste financiële opbrengsten gaat, is transformatie bij voorbaat een onhaalbaar alternatief voor sloop.

Het verhaal

De transformatie van een bestaand gebouw of gebied hoeft overigens niet alleen over fysieke zaken te gaan. De minder tastbare kant van een plek, het collectieve geheugen, hangt voortdurend bij alle projecten boven het ontwerpproces. De jury heeft ontdekt dat het verhaal van de plek buitengewoon boeiende aanknopingspunten biedt om met belanghebbenden zoals buurtbewoners, eigenaars en toekomstige gebruikers het programma en het concept van de transformatie te benoemen. Het ontkennen van de geschiedenis van een plek is daarbij naar de mening van de jury niet toegestaan. Die geschiedenis kun je terug laten komen in de structuur van de stedenbouw, in de inrichting van de openbare ruimten, in de vormgeving van de architectuur, in het kleur- en materiaalgebruik, in de naamgeving van de nieuwe gebouwen of gewoon in het opgetekende verhaal dat de buurt in stand kan houden, al was het maar een boek, een website of een informatiebord met historische achtergronden en oude foto’s.

De genomineerden

De opgave, de kansen, het programma en het verhaal hebben bij de genomineerde projecten op verschillende manieren een uitwerking gekregen in de functieverandering. De diversiteit is eveneens groot in de vertegenwoordiging van oorspronkelijke en nieuwe functies. Een goed gevulde mand met appels en peren. De lijst van genomineerden biedt daardoor een boeiende dwarsdoorsnede van de huidige herontwikkelingspraktijk. De jury heeft grote bewondering voor hetgeen de initiatiefnemers en de andere actoren hebben bereikt. Hier volgt een overzicht van alle projecten met korte typeringen van de belangrijkste bevindingen van de juryleden.
 

1. Apeldoorn - Beekpark: de vernieuwing van een versleten woon- en werkgebied is met veel ambitie op grootstedelijke wijze aangepakt (dorp is stad geworden).

2. Arnhem – De Grote Enk: AKZO laat, in samenspraak met de gemeente en de projectontwikkelaar, een zorgvuldig gekoesterd monument na aan de stad (van werkplek naar woonstek).

3. Barneveld - landgoed Otelaar: dankzij het doorzettingsvermogen van een particulier verandert een verdroogd landbouwgebied in een vorstelijke woonplek en een publiek toegankelijk natuurgebied (weiden zijn landgoed geworden).

4. Maasdriel - fort Sint Andries: verborgen en geheimzinnige wereld op een historische plek met minimale ingrepen ontsloten voor het publiek (ruïneus fort is educatief natuurgebied geworden).

5. Nijmegen - Limos: landschap als drager van de ruimtelijke structuur op de overgang van stad naar buitengebied (introvert en geïsoleerd terrein heeft een ruimtelijke schakelfunctie gekregen).

6. Oost Gelre – Ludgerhof in Lichtenvoorde: ongewoon creatieve en gedurfde aanpak in de geest van het oorspronkelijke kerkgebouw (van kerkzaal tot woonhof).

7. Oude IJsselstreek - De Stenderkast in Etten: door particulier initiatief is de markante contour van deze agrarische landmark voor het dorp behouden (silo is woongebouw geworden).

8. Voorst - steltenbergen: door kleinschalige nevenactiviteiten in twee authentieke bijgebouwen kan de boerderij voortbestaan (hooibergen hebben functie als gastenverblijf gekregen).

9. Wageningen - Hinkeloord: overweldigend mooie locatie met spectaculair uitzicht en monumentale gebouwen (in een park leeft de sfeer van de voormalige buitenplaats en universiteitscampus voort).

10. Wijchen - De Hagert: op liefdevolle wijze en met minimale middelen is een herkenbare en vertrouwde omgeving voor dementerende ouderen en verstandelijk gehandicapten gerealiseerd (‘wonen zoals thuis’ dankzij het buitenleven met dieren en een moestuin).

 

De prijs

De provincie Gelderland wil met de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit bij planmakers, besluitvormers en het Gelderse publiek extra aandacht vragen voor goede en inspirerende projecten die een opvallende bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Ook voor deze editie rond het thema functieverandering hebben Gelderse gemeenten verspreid over de hele provincie verrassende voorbeelden ingediend. Alleen gerealiseerde of bijna afgeronde projecten kwamen in aanmerking voor een nominatie. Het zijn stuk voor stuk inspirerende toonbeelden van de huidige herontwikkelingspraktijk. Ze verdienen daarom een breder publiek. Voor de winnaar heeft de provincie Gelderland een prijs van vijfduizend euro beschikbaar gesteld, op enigerlei wijze te besteden aan het betreffende project.

 

De jury

De genomineerde projecten zijn beoordeeld door een onafhankelijke jury, zowel ter plaatse in het veld als tijdens een vraaggesprek met de betrokkenen. De jury stond onder leiding van de heer Jan Terlouw, voormalig Commissaris van de Koningin in Gelderland. In 2006 was hij ook voorzitter van de eerste Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit. De overige leden van de jury waren: architect Annette Marx, projectontwikkelaar Rudy Stroink, programmamaker en tv-presentator Harm Edens en cultuurhistoricus Leon van Meijel. Het fenomeen functieverandering is zodoende vanuit verschillende invalshoeken bekeken en besproken. Bij de beoordeling heeft de jury zich onder meer de volgende vragen gesteld. Zijn de kansen optimaal benut? Is de verhouding tussen behoud en ontwikkeling in goede balans? Is in de programmering sprake van een duidelijke visie? Hebben de directe omgeving en het creëren van draagvlak een rol gespeeld in het planproces? Heeft de opdrachtgever bezieling getoond? Is het verhaal achter het project nog herkenbaar of beleefbaar? Daarnaast heeft de jury zich ook laten leiden door de kracht van de verbeelding, de creativiteit, de durf en de schoonheid. De winnaar moet namelijk ook een aansprekende voorbeeldfunctie hebben.

 

De winnaar

Tot het allerlaatste moment hebben twee projecten gestreden om de eerste plaats. Ze staken van meet af aan uit boven de andere genomineerden. De strijd ging om De Grote Enk in Arnhem en de Ludgerhof in Lichtenvoorde: twee naoorlogse gebouwen die ieder op geheel eigen wijze een woonbestemming hebben gekregen. Beide projecten appelleren aan de enorme herbestemmingsopgave waarvoor wij staan, op het gebied van het naoorlogse erfgoed in het algemeen en de leegstaande kantoren en kerken in het bijzonder.

 

Nadat De Grote Enk zijn functie als hoofdkantoor had verloren, besloot AKZO het gebouw te verkopen aan een projectontwikkelaar. Cultuurhistorisch onderzoek wees uit dat het gebouw van architect H.T. Zwiers uit 1956 opvalt door bijzondere stijlkenmerken, vernieuwende bouwtechnieken, rijke details en unieke kunstwerken. Vanwege deze kwaliteiten en om sloop te voorkomen, plaatste de gemeente Arnhem het gebouw op de gemeentelijke monumentenlijst. Het vinden van een nieuwe bestemming was de volgende stap. De marktvraag en de hippe uitstraling van het gebouw bepaalden uiteindelijk de keuze voor een transformatie tot woningen voor starters. De architect van de herbestemming zocht vervolgens naar een respectvolle aansluiting van het nieuwe programma op de waardevolle bestaande kenmerken.

Naar het oordeel van de jury zorgen de gunstige locatie, de monumentale uitstraling van de voorgevel, de feestelijke entree, de royale hal, de extra verdiepingshoogte en de authentieke kunstwerken voor een aantrekkelijke woonomgeving met een uniek karakter. De Grote Enk is succesvol van functie veranderd. Daarbij zijn slechts op kleine onderdelen concessies gedaan aan de oorspronkelijke kwaliteiten van het gebouw. Het is niet altijd mogelijk aan alle eisen van het bouwbesluit, de Europese energienorm of de markt te voldoen, maar dat vindt de jury een te accepteren prijs voor heel veel maatschappelijke meerwaarde en het behoud van onze emotionele binding met het verleden.

 

Vanwege teruglopend kerkbezoek besloot het parochiebestuur rond 2000 de Ludgerkerk in Lichtenvoorde aan de eredienst te onttrekken. Deze kerk van architect Gerard Schouten uit 1970 had een ongebruikelijke opzet: een doosvormige zaal met lage ramen temidden van een volledig ommuurde tuin. Het vinden van een geschikte en financieel haalbare nieuwe bestemming voor deze bijzondere kerk bleek moeilijk. De sloophamer lag op de loer, totdat architect Hans van Beek zich persoonlijk over het gebouw ontfermde. Hij ontwikkelde een plan waarin de kerkzaal ruimtelijk intact bleef en woningen werden toegevoegd aan de tuin tussen de kerk en de ommuring. Dit idee doorbrak de impasse en overtuigde het parochiebestuur. Door het verwijderen van het platte dak en de ramen aan de onderzijde van de gevels ontstond een gemeenschappelijk en intiem plein voor de bewoners aan weerszijden hiervan.

Tijdens het bezoek aan de Ludgerhof bekroop de jury in eerste instantie een ambivalent gevoel. Handhaven door te slopen? Na enige tijd drong evenwel het inzicht door dat de puurheid van de oorspronkelijke architectuur, de massieve toegang in de muur, de klok op de voorgevel en het besloten plein met de laatste kerkbanken en het verhoogde koor de herinnering aan de kerk voldoende vasthouden. Bovendien is het oorspronkelijke concept, waarin binnen en buiten een afwisselend samenspel vormen, met veel creativiteit verder doorgevoerd. Een overdekte zaal van samenkomst is een plein voor ontmoeting geworden. De Ludgerkerk is aanleiding én argument geweest om de woonhof zo te maken. Een bijzondere plek in een doorsnee buurt is behouden. De ontroering die het gepassioneerde verhaal en de creatieve verbeelding van de architect bij de jury opriep, gaf de doorslag:

Winnaar van de Gelderse Prijs voor Ruimtelijke Kwaliteit 2008 is de Ludgerhof in Lichtenvoorde.

Jan Terlouw

Annette Marx

Rudy Stroink

Harm Edens

Afbeeldingen

Reageren

Twitter

0  reacties

Velden met een * zijn verplicht.

 
 
We gebruiken CAPTCHA als controlemiddel om spam tegen te houden. Vink de checkbox aan om door te gaan. Mogelijk wordt er gevraagd om bepaalde afbeeldingen te selecteren.

Een momentje...